Stichting

De stichting is – evenals de verenigingrechtspersoon, dat wil zeggen een zelfstandige drager van rechten en plichten.

Er is een groot verschil met de vereniging.

Een vereniging kan honderdduizenden leden hebben en een algemene vergadering, die uit afgevaardigden van die leden bestaat. En alle leden hebben een – soms heel klein – vingertje in de pap als het om zeggenschap gaat: zij hebben invloed op het functioneren van de vereniging.

Bij de stichting is dat anders.

De stichting kent helemaal geen leden. Er is een bestuur en er kunnen andere organen zijn, zoals een Adviesraad, maar nooit leden. Democratische medezeggenschap ontbreekt.

Het is het bestuur dat aan de touwtjes trekt.

Doel

De stichting moet de bevordering of realisatie van een sociaal of ideëel doel nastreven.

Denk bijvoorbeeld aan een bekende stichting als het Oranjefonds, dat ten doel heeft de bevordering van de betrokkenheid in de samenleving, of denk aan een Stichting Steunfonds, die ten doel heeft een bepaalde groep mensen/projecten financieel bij te staan.

De stichting kan zelf evenementen organiseren of financiële steun bieden.

Een stichting kan een onderneming uitoefenen en mag winst maken, het doel van de stichting mag echter niet zijn het doen van uitkeringen aan de oprichters of aan hen die deel uitmaken van haar organen, zoals het bestuur. (Het is niet verboden de bestuurders een redelijke vergoeding voor de door hen ten behoeve van de stichting bestede tijd te geven.)

Uitkeringen aan anderen zijn alleen toegestaan als die uitkeringen een ideële/sociale strekking hebben.

Oprichting

De stichting wordt – door een of meer personen – opgericht bij notariële akte.

Ook in een testament (vervat in een notariële akte) kan een stichting worden opgericht, zoals een stichting tot ondersteuning van bepaalde familieleden van de  testateur.

Het doel moet uiteraard ideëel of sociaal van karakter zijn.

De akte van oprichting moet, naast de verklaring van de oprichters dat de stichting daarbij wordt opgericht, de statuten van de stichting bevatten.

In de statuten moeten in ieder geval voorkomen:

  • Naam van de stichting.

Het woord “Stichting” moet deel uitmaken van de naam;

  • De Nederlandse gemeente waarin de stichting is gevestigd;
  • Het doel van de stichting;
  • De wijze van benoeming en ontslag van de bestuurders;
  • De bestemming van het overschot van het vermogen van de stichting na de vereffening als de stichting is ontbonden , of de wijze waarop die bestemming zal worden vastgesteld.

Meestal is in de statuten van de stichting ook de bepaling opgenomen, dat het bestuur bevoegd is besluiten te nemen  tot (onder meer) het aangaan van overeenkomsten van aan- en verkoop van onroerend goed.

Ontbreekt deze bepaling in de statuten,  m.a.w. blijkt uit de statuten niet van deze bevoegdheid, dan kan de stichting geen onroerend goed aan- of verkopen.

Alvorens in zo’n geval  toch tot aan- of verkoop kan worden overgegaan, zullen eerst de statuten bij notariële akte moeten worden aangepast.

Ook is het van belang, dat de statuten vermelden dat zij – de statuten – gewijzigd kunnen worden.

Ontbreekt deze bepaling, dan kunnen de statuten alleen gewijzigd worden door de Rechtbank op verzoek van een oprichter, het bestuur of het Openbaar Ministerie.

Inschrijving

De stichting moet worden ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel, en een afschrift van de statuten moet daar worden neergelegd. Zolang aan deze verplichtingen niet is voldaan,  is iedere bestuurder naast de stichting hoofdelijk aansprakelijk voor  rechtshandelingen waardoor hij de stichting verbindt.

Bestuur

Het bestuur is heel vaak het enige orgaan van de stichting.

Tenzij de statuten anders bepalen, wijst het bestuur uit zijn midden een voorzitter, secretaris en penningmeester aan.

Het bestuur bepaalt het beleid, de gang van zaken. Het bestuurt de stichting en is belast met haar vertegenwoordiging.

Ontbinding

Stichtingen kunnen worden ontbonden:

  • Overeenkomstig hetgeen daaromtrent in de statuten is bepaald;
  • Als gevolg van faillissement;
  • Door de Rechtbank.

Erfbelasting/Schenkingsrecht

Stichtingen die een sociaal belang behartigen en stichtingen die door de belastingdienst zijn aangemerkt als instellingen die uitsluitend/nagenoeg uitsluitend een algemeen nut beogen, zijn onder voorwaarden vrijgesteld van de betaling van erfbelasting en schenkingsrecht.

Voor stichtingen die een sociaal belang behartigen betekent dit:

  • Dat uit de statuten moet blijken dat de stichting een sociaal belang behartigt;
  • Dat de feitelijke werkzaamheden van de stichting moeten overeenkomen met de doelstelling;
  • Dat de stichting niet aan winstbelasting mag zijn onderworpen c.q. daarvan is vrijgesteld;
  • Dat de leden van het orgaan dat het beleid bepaalt (het bestuur) geen beloning ontvangen (normale onkostenvergoeding en vacatiegeld –niet te verwarren met vacantiegeld – mag wel);
  • Dat aan de verkrijging niet een opdracht mag zijn verbonden die aan de verkrijging de aard ontneemt te zijn geschied in het sociaal belang.

Voor een stichting die door de belastingdienst is aangemerkt als een uitsluitend/nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beogende instelling, geldt de vrijstelling van erfbelasting en schenkingsrecht voorzover aan de verkrijging niet een opdracht is verbonden die aan de making het karakter ontneemt te zijn geschied in het algemeen belang.